logo Frailea - Hidden treasures
Articles
  home    
Succulenta (Netherlands) 68(9), 1989

Gymnocalycium bruchii (Speg.) Hosseus var. niveum var. nova.
Walter Rausch.


Bij de beschrijving van Frailea bruchii plaatste de auteur, Spegazzini, een foto genomen van planten afkomstig van Alta Gracia (Brev. Not. Cact. 1923, p. 73). De afgebeelde vormen zijn in de Sierra Chica van Cordoba (Argentinië) wijd verbreid, zodat het geen verwondering wekt dat Hosseus dezelfde planten ook bij La Falda vindt. Hoewel Hosseus zijn planten iden­tiek vond aan die van Spegazzini, werd het materiaal in Europa in de toen­malige ijver uit elkaar geplukt. Een doren meer of minder, iets langer of kor­ter, het waren de aanleidingen voor de beschrijvingen van Gymnocalycium lafaldense Vaupel (Zeitschr. f. Sukkde. 1924, p. 192) en de vijf vormen die Oehme beschreef (Jahrb. DKG 1941/26). De oorzaak van deze me­ningsverschillen heeft zeker een basis in de weinig doordachte toedeling in het geslacht Frailea door Spegazzini (klein lichaam en bloemen vanuit de schedel). Het kriterium van een naakte of bewolde bloembuis heeft hij ze­ker niet zo precies beschouwd; hij beschreef bijvoorbeeld Lobivia saltensis met een naakte bloem, ofschoon zelfs op de door hem afgebeelde foto het tegendeel is te zien (Br. & R., The Cactaceae III, 1 922 P. 53). Het enige verschil tussen beide beschrijvingen is dat Oehme een bloemlengte van 35-55 mm aangeeft en Spegazzini slechts 1 5-20 mm. Thans weten wij dat er in Cordoba geen Frailea's (en dan nog rosebloeien-de!) voorkomen, zodat Spegazzmi's F. bruchii algemene erkenning vindt als Gymnocalycium bruchii (Speg.) Hosseus.
Toen mijn vriend Markus en ik voor 't eerst in de natuur planten verzamel­den - een reis in 1 965 waarbij wij in Argentinië 3 maanden lang alleen Gymno's verzamelden - kreeg mijn voorgeprogrammeerde voorstelling van een plant in de natuur spoedig een knauw. De planten hielden zich niet aan de beschrijvingen en wij moesten ons volledig omschakelen. Een kenmerk heeft pas rangwaarde, als het slechts in een bepaald afge­grensd gebied optreedt en blijft optreden in volgende generaties; verschil­len binnen een bepaald gebied c.q. populatie kan men slechts als vormen betitelen. Door jarenlang onderzoek in het veld wordt het mozaïek rond G. bruchii langzaam maar zeker compleet. De verspreiding overschrijdt zowel naar het noorden als naar het zuiden het gebied van de Sierra Chica; van de relatief grote, witbloemige populaties in de Sierra Grande tot de kleine dwergjes met donkerrose bloempjes met een lengte van slechts 10 mm. Roberto Kiesling uit Buenos Aires heeft zich tot taak gesteld ordening in het totale materiaal te brengen.
Op een reis samen met Omar Ferrari ontdekten wij in de nabijheid van Capilla del Monte een bruchii-populatie met een dichte, witte bedoorning. Ik dacht direct aan Backebergs G. albispinum, die ik kende uit de verzamelingen van Schiel en Bozsing, twee persoonlijke vrienden van Backeberg. Backebergs plant bezit echter langere, bezemvormige bedoorning, waarbij nog steeds de mogelijkheid bestaat dat het slechts een selectie was, daar noch de vind­plaats noch typisch identieke nakomelingen bekend geworden zijn. De door ons gevonden planten onderscheiden zich door hun witte, dichte en aanliggende bedoorning, waarbij meestal geen middendorens optreden.
Valid HTML 4.01 Transitional

All material, except where otherwise credited, is Copyright
 © 2005-2007 Paul C. Laney

---------- end of page ----------