logo Frailea - Hidden treasures
Articles
  home Last Modified: 20240415  
Succulenta V57N04 (April 1978) pag. 83-85

Frailea castanea

K. H. PRESTLÉ


In 1935 beschreef C. Backeberg in zijn "Cactus ABC" 248, 415 een door de heer Mueller-Melchers in het noorden van Uruguay gevonden Frailea, onder de naam Frailea castanea.
De beschrijving was, zoals de meeste cactusbeschrijvingen uit die tijd, kort en onvolledig. Daarbij kwam nog dat C. Backeberg het beschikbare, geïmporteerde plantenmateriaal blijkbaar weer snel was kwijtgeraakt, zodat hij zijn beschrijving ook niet met gegevens over bloemen, zaden enz. kon aanvullen. Deze ontbrekende gegevens en ook het ontbreken van een originele foto, zouden later van groot belang worden.
Prof. Werdermann beschreef namelijk in Fedde, Repertorium Bd. 42:6-7, een andere Frailea die door H. Blossfeld en O. Marsoner in 1936 bij Alegreta in Rio Grande do Sul in Brazilië was gevonden, onder de naam Frailea asterioides. Prof. Werdermann deelt ook in "Kakteenkunde": 164, 1937 mede, waarom hij de Frailea asterioides voor iets anders houdt dan de Frailea castanea (Backeberg & Knuth).
Frailea castanea heeft volgens de aanduidingen van C. Backeberg 15 ribben, een doorsnede van ca. 1,5 cm, de vruchten zijn roodachtig-bruin gekleurd (= rufus) en hebben een donkere beharing (= obscurus). Frailea asterioides daarentegen heeft volgens de bij Alegreta gevonden exemplaren 9-10 of 11 ribben en een doorsnede tot 3,5 cm. De vruchten zijn geelachtig groen en de borstelharen bruinachtig.
Hoewel Prof. Werdermann nooit een Frailea castanea gezien had, waren de verschillen in de beschrijving zo groot, dat hij met recht kon aannemen dat de Frailea asterioides een nieuwe Fraileasoort was.
Aangezien C. Backeberg bij de uitgave van zijn "Cactaceae" in 1959 opnieuw deze omstandigheden opmerkte, paste hij zich in deel III, 1665, aan bij de beschrijving van Prof. Werdermann, doordat hij toen de Frailea castanea 10 tot 14 ribben toekende en daarenboven de vruchten geelachtig-groen liet worden. Ten overvloede publiceerde hij daarbij dan ook nog een foto van Frailea asterioides met als onderschrift "Frailea castanea” en beschouwde Frailea asterioides als synoniem van Frailea castanea.
De literair volslagen onbegrijpelijke fout, die de verwarring over deze beide Fraileasoorten in belangrijke mate vergroot, wordt dan ook reeds in 1959 door Krainz in "Die Kakteen" I, XII, 1959 - beschrijving van Frailea asterioides (Verzameluitgave) - aan de kaak gesteld, doordat Krainz de these van Prof. Werdermann verdedigt en de beschrijving van C. Backeberg als onvolledig en synoniem met Frailea asterioides intrekt.
In 1974 neemt A.F.H. Buining eveneens de stelling van Krainz aan en sluit zijn uitgebreide nieuwe beschrijving van Frailea asterioides in "Succulenta" , 7, 8, 1974 het bestaan van Frailea castanea uit. En wel nadat hij op zijn diverse reizen door Uruguay en Brazilië vergeefs naar de Frailea castanea had gezocht, scheen dus het oordeel over het voorkomen van de Frailea castanea bezegeld te zijn.
In 1972 nu zond de heer Hugo Schlosser mij drie Frailea's toe uit het noorden van Uruguay, die bijna zwarte dorens hadden. Hij had deze Frailea's tijdens een van zijn vele reizen door het noorden van Uruguay gevonden. Aangezien zij iets "nieuws" op het Frailea-gebied vormden, verzocht ik de heer H. Schlosser verdere reizen in het vindgebied van deze Frailea te maken. Maar tijdens drie latere reizen naar het op ca. 500 km van Montevideo liggende gebied, kon hij ze niet meer vinden. Bij zijn laatste reis in die streek deelde hij mij mede, dat het gebied intussen was afgebrand en dat er nu alleen nog gras groeide.
Aangezien het mij gelukte de drie geïmporteerde planten verder te kweken, noemde ik deze Frailea, in verband met hun uiterlijk, Frailea obscura nom. prov. (= Schl. Nr. 61), zodat nu enkele Frailealiefhebbers deze plant onder die naam bezitten.
Tijdens mijn studiereis door Uruguay in de wintermaanden van 1976/77, welke reis ik speciaal aan de Frailea in Uruguay had gewijd, bezocht ik eveneens de oude groeiplaatsen van de Frailea obscura nom. prov. = Schl. 61 en had daar evenmin succes.
Toch zocht ik met mijn vrienden het gehele gebied van Marsoller tot Artigas zeer intensief af naar Frailea's en zo gelukte het ons Frailea's te vinden, die aan de Frailea Schl. 61 verwant bleken. Een van de meest verrassende resultaten was echter het vinden van de Frailea asterioides en een Frailea species variëteit van Schl. 61 op dezelfde groeiplaats! Dit resultaat bracht mij ertoe, nogmaals alle beschikbare literatuur over de Frailea castanea (Backeberg & Knuth) te onderzoeken. Dit onderzoek toonde mij dan ook zeer snel aan, dat de Frailea Schl. Nr. 61 precies die botanische kenmerken bezit, die in de eerste beschrijving van C. Backeberg & Knuth voor de Frailea castanea golden.


Frailea castanea. (Foto's v.d. schrijver)

De reeds door C. Backeberg & Knuth gegeven aanduidingen over de Frailea castanea zoals vruchten gekleurd: rufus = rossig bruinrood en borstelharen: obscurus = donker, werden nog onderstreept door het vinden van een variëteit die geheel van rossige dorens was voorzien.
Het lijdt derhalve geen twijfel, dat de door H. Schlosser in 1972 gevonden Frailea Schl. Nr. 61 en die door mij werd aangeduid als Frailea obscura nom. prov., identiek is met de door de heer Mueller-Melchers in 1935 gevonden Frailea castanea.
Nu de naam Frailea castanea derhalve toch terecht aan de vondst van Mueller- Melchers werd gegeven, trek ik mijn voorlopige naam Frailea obscura nom. prov. = Schl. 61 terug en zal binnenkort een nieuwe beschrijving van de Frailea castanea laten volgen.
Hiermede zou een nu reeds 40 jaar bestaande strijd in de cactuswereld ten einde kunnen zijn. We komen thans tot een eindoordeel: beide Fraileasoorten bestaan, zowel de Frailea asterioides als de Frailea castanea. Beide Frailea's zijn bijzonder fraai en de Frailea castanea zal in liefhebberskringen als een mooie aanwinst beschouwd worden.
In vergelijking tot het vindgebied van de Frailea asterioides is het gebied van de zeer zeldzame Frailea castanea zeer klein zodat deze laatste wel altijd tot de zeldzame soorten zal blijven behoren.

Vijverweg 12, Veghel.
Valid HTML 4.01 Transitional